Home De Avalon Pagina's Grotten in Belgie The Avalon Pages Caving in Belgium

Custom Search
 


Ecological Chemistry:


Caving & Climbing gear:

Outdoor and Innovation

Gemeente Edegem:

 
SDWorx:


Omhoog/Up

Hotnews Welkom bij Avalon! Wat doen wij? Jaaroverzichten Jaar tot Jaar Straffe verhalen Europese grotten Onze ontdekkingen Grotbescherming Techniek Software Memoires holenmens Explo's Anialarra Fotogalerijen Artikels & Docs De Avalon Flash Video Zone

GROTBESCHERMING IN BELGIE

Wat kunnen we er zelf aan doen?

 


Terug naar "Grotbescherming Home"

INLEIDING  

Het onderaards milieu is onderhevig aan talloze invloeden welke een vernietigend effect kunnen hebben. Vele van de invloeden zijn buiten de wil van de speleo's om, en we kunnen er alleen maar tegen strijden. Een aantal voorbeelden:

 a) de vernietiginq van de grot zelf:

  • door steengroeven (bv. Grotte de Hotton)

  • door aanleg van wegen, tunnels of skipistes (bv. Grotte du Viaduc te Remouchamps)

 Paradoxaal genoeg zijn vele grotten (vooral in België) net tijdens dergelijke werken ontdekt (bv. Ste. Anne, Hotton, Nys, Lucienne, Enfer‑Fissures, Heinrichs, Puits‑aux‑Lampes, Rosée enz.)

b) de vervuiling van het water:

  • door afvalwater

  • door afwateringswater van autowegen

  • door sluikstorten (waardoor de grot totaal ontoegankelijk
    kan worden, bv. Trou des Photophores te Comblain)

  • door kadavers van dieren of uitwerpselen van dieren

 

Jammer genoeg is een natuurlijk verdwijnpunt voor velen een goedkope sterfput. Het aantal al dan niet clandestien aangelegde afvoerpijpen dat in een doline uitkomt is niet te tellen. In sommige gevallen wordt de grot totaal ontoegankelijk (bv. Chantoir du Beau-Vallon), in andere gevallen is de toegang bijzonder onaangenaarn (Trou Dury), en soms worden hele ondergrondse rivieren verpest (bv. de rivier van de Lucienne of Chawresse).

 

   

DE INVLOED VAN SPELEOLOGEN OP DE GROT

Allereerst moeten we allen terdege beseffen dat het beoefenen van speleologie steeds een destructieve invloed heeft op elke grot. De optimale grotbescherming bestaat erin de grot voorgoed af te sluiten, of zelfs gewoon nooit te ontdekken! Velen zullen dit een overdreven uitspraak vinden, maar bedenk dat slechts weinigen de kans krijgen om er over te oordelen. Slechts zij die reeds het genoegen hebben gekend om een maagdelijke grot te ontdekken, waarin alles schittert en glinstert; waarin de kleibodern ongerept is en geen voetafdruk of veeg vertoont; waarin rotsblokken nog blauwgrijs zijn en niet donkerbruin bemodderd, kunnen de nefaste invloed van het grotbezoek naar waarde inschatten. Hoe anders ziet zo een grot er één jaar later reeds uit, hoe onherkenbaar na 10 jaar..!   (Zie de foto hiernaast van Trou de la Louve (Nettinne): op één compleet bemodderde stalagmiet na, te groot om mee te nemen, is in deze zaal geen enkele stalagmiet of stalactiet gespaard gebleven. De vloer is nog slechts een versleten en bemodderde schim van een ooit glinsterend druipsteenmassief...)

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de hevigste grotbeschermers meestal de ontdekkers zelf zijn, en dat zij zich vaak gedwongen zien de toegang tot de grot al dan niet permanent af te sluiten, en het bezoek te reglementeren, wil er nog iets van de oorspronkelijke schoonheid overblijven.

Maar omdat het definitief afsluiten van alle grotten het einde van de speleologie zou betekenen,  wat we geen van allen wensen, is het duidelijk dat we een compromis moeten vinden waarbij de grot minimale schade oploopt... Los van alle andere beschermingsmaatregelen die kunnen worden genomen, en waarover later wat uitleg volgt, is de allerbelangrijkste factor het gedrag van onszelf in de grot.

We zullen dus eens trachten op te sommen welke soort schade wij een grot toebrengen, en daaruit kan dan eenvoudig worden afgeleid hoe we het kunnen vermijden.

1. MODDERBEVUILING
 

De fossiele (=droge) niveau’s van onze Belgische grotten zijn vaak mooi geconcretioneerd, maar bijna steeds ook heel modderig. De overall, laarzen en handschoenen van de bezoeker zijn dan ook gauw even smerig. Jammer genoeg hebben veel van de speleologen de gewoonte om alles dat enigszins in aanmerking komt, vast te grijpen. Uiteraard zijn dit meestal stalagmieten of -tieten, die dan ook binnen de kortste keren even bruin zijn als hun modderomgeving. In feite is dit bijna aangeboren bij iedereen. Let maar eens op de bezoekers in een toeristische grot, of kijk naar eender welke beginnend speleoloog. Op hoeveel speleofotos zien we het model in kwestie niet nonchalant tegen een stalagmiet of mooie witte coulée geleund, of in innige omhelzing met een of andere concretie?
Behalve de stalagmieten en -tieten, moeten ook mooie calcietvloeren, gours of coulées eraan geloven. Ze worden bekropen en vertrapt dat het een lust is.

Zulke modderbevuiling heeft trouwens een sneeuwbaleffect, want één keer iemand ermee begint, volgt al gauw de totale vervuiling onder het mom van "'t is toch al vuil".  

(Foto: een extreem voorbeeld van "hoe het niet moet" : een nieuwsgierige speleoloog die tussen mooie druipsteengordijnen klimt en deze totaal bemoddert.)

BEVUILDE CONCRETIES WORDEN NOOIT MEER PROPER (tenminste: wij mensen zullen dat niet meer meemaken)! Reinigingsacties zijn meestal niet echt succesvol: het poreuze oppervlak slorpt de modder immers diep op.  

Moddervervuiling vermijden we door het toepassen van deze 4 regels:

 a) Concreties worden niet aangeraakt. We blijven eraf, lopen er in een boog omheen, bewonderen ze van op een veilige afstand. In de nabijheid van concreties bewegen we rustig en traag.  Dit moet als het ware een soort van instinct worden, een gewoonte dus.

b) We zorgen voor zuivere kledij en handen. Dit betekent: texair, laarzen en handschoenen uittrekken! Zijn de sokken vuil: binnenstebuiten keren of blootsvoets gaan. In de praktijk is dit een grote opgave, zeker in volle exploratiekoorts, maar het moet! Niemand heeft het recht om een mooie formatie te vervuilen om aan zijn/haar nieuwsgierigheid te voldoen. Een vuilniszak zou een vast uitrustingsstuk moeten zijn in mooie grotten: handig om op te staan bij het uitkleden, of om de vuile spullen tot voorbij de "gevarenzone" te nemen. Ook helm, batterij en/of carbuurpot laat men aan de kant indien ze vuil zijn. Voorzie best een Petzl Zoom of Tikka.

Opmerking: zonder handschoenen een mooie grot bezoeken is zondermeer af te raden, aangezien men dan de handen niet zuiver kan houden.

c) Volg allen éénzelfde spoor en volg dit ook tijdens de latere tochten. Zo blijft de eventuele vervuiling beperkt tot een smalle strook.

d) Hou elkaar in het oog. Niet iedereen is even handig in het ontwijken van concreties, en zoals gezegd, velen hebben een aangeboren neiging zich overal aan vast te klampen. Het simpele feit dat de groepsleider de anderen op de aanwezigheid van een mooie formatie attent maakt en tot voorzichtigheid aanspoort, kan veel schade voorkomen. Tevens is het een vorm van opvoeding, en na enkele grottochten zal men merken dat iedereen spontaan begint op te letten.

De 4 bovenvermelde zaken zijn in feite niets anders dan wat we in een andere omgeving reeds lang geleerd hebben en gewoon zijn. Geen haar op ons hoofd dat er aan denkt om in een moddertexair in onze auto te stappen, of met modderlaarzen door de pas geboende keuken te lopen. Waarom dan vergeten de meesten onder ons deze doodnormale gedragingen van zodra ze een grot binnenstappen?

Gelukkig bestaan er manieren om concreties te beschermen. De bekendste is het afbakenen van te beschermen zones met roodwit lint of touw. Mooi is het niet altijd, maar wel effectief. Het vormt een soort psychologische barrière die meestal niet overschreden wordt. Het moet echter wel van in het begin gebeuren, t.t.z. liefst tijdens of vlak na de ontdekking van de grot.

Uiteraard dienen wij als speleologen zulke afbakeningen steeds te respecteren. Nooit verwijderen, of erover heenstappen (ook niet voor foto doeleinden).  

 

2. BREKEN VAN CONCRETIES
Hele grotten zijn vernield en afgebroken, vooral uit domheid en onwetendheid, maar soms ook vanuit hebzucht, door sporadische bezoekers, mineralenverzamelaars, avontuurzoekers, dagjesmensen enz. 

 Door “echte” speleologen gebeurt breken van concreties meestal onopzettelijk, en zolang het beperkt blijft tot een spaghetti links of rechts zijn er geen drama's gebeurd. Echter, concreties zijn heel erg broos. Een miniem duwtje is al genoeg om een kandelaar te doen breken (bv. de 2 m hoge kandelaar in de Galerie des Sources). Wie op de rand van een gour gaat staan mag er vrij zeker van zijn dat hij erdoorheen zakt.

De remedie is heel eenvoudig: zie hierboven: blijf op een veilige afstand van concreties!  

(Foto rechts: opzettellijk afgebroken druipstenen in Trou de l'Eglise (Mont-sur-Meuse). Tevens pikzwart geworden van de roetafzetting van carbuur: zie verder in dit artikel!)

3. VERSTORING VAN SEDIMENT
Of anders gezegd: het platlopen of -kruipen van de vloer. Vooral kleibodems zijn gevoelig voor frequente betreding. Denk maar aan de vele passages in onze "scholingsgrotten" waarin kniediepe "skisporen" in de klei zijn uitgesleten. Nochtans kunnen maagdelijke kleibodems heel mooi zijn, en moeten we trachten de schade te beperken tot één spoor. Dus blijf mooi achter elkaar, en zwalp niet over de hele breedte van de galerij over en weer. Weet dat het sediment vaak waardevolle informatie kan verschaffen over de geschîedenis van de grot, of zelfs paleontologisch materiaal kan bevatten. Fragiele bodems kan men beschermen door het uitrollen van plastiek. Deze moet wel dik genoeg zijn, zoniet blijft hij aan de modderzolen kleven en wordt gauw stukgelopen.  

 

4. BEVUILING VAN DE WANDEN MET MODDER, INSCRIPTIES, VERF
Uiteraard is het achterlaten van inscripties uit den boze. De tijd dat men te pas en te onpas zijn naam op de wand achterliet is lang voorbij!  

(Hoewel: zie deze foto genomen in Trou de la Louve, Nettinne...)

Ook het plaatsen van pijlen (carbuur / verf / modder) op de wanden is absoluut taboe. Indien U niet zeker bent van de weg, maak dan steenmannetjes of leg met steentjes een pijl op de grond (nadien terug afbreken a.u.b.). Weet U op voorhand dat U aan een complexe grot begint, neem dan scotch-lite of rood lint mee. Maar nogmaals: verwijder achteraf elke markering die U aanbrengt. Niet iedereen vindt het prettig om doorheen een overgemarkeerde grot te wandelen. Gun ook de anderen hun "verkenning van het onbekende". In sommige grotten (bv. Dent de Crolles) zijn er dermate veel merktekens dat het echt niet leuk en mooi meer is.  

Voor wat de modderbevuiling van de wanden betreft (zeker van toepassing bij lichtgekleurd gesteente): leun niet te pas en te onpas overal tegen.   

5. ACHTERLATEN VAN AFVAL
ledereen zal toegeven dat het bijzonder storend is om ondergronds lege blikken, flessen, verpakkingen of batterijen aan te treffen. Wie groot genoeg is om een vol cola­blik beneden in een grot te krijgen, is toch zeker in staat het lege blikje er terug uit te halen ook? Schijnbaar toch niet...Gelukkig is dergelijke vervuiling meestal "verwijderbaar" en redelijk inert (d.w.z. weinig schadelijk voor het milieu).  

(Foto: rommel opruimen in een grot. Zelfs het enorme gele ding is afval, binnengespoeld door een overstroming!)

Een bijzondere vorm van vervuiling, quasi onverwijderbaar en wél giftig, is carbuurafval. Zie verder het gedeelte over "carbuurverlichting".   

 

6. "NATUURLIJKE BEHOEFTEN"
Uiteraard moet iedereen wel eens ondergronds aan een of andere natuurlijke behoefte voldoen. Toch is ook hier een beetje discipline en gezond verstand nodig. Wie heeft zich al eens niet blauw geërgerd aan de urine-stank op sommige plaatsen, vaak dan nog net dààr waar men al kruipend doorheen moet?  

Net zoals U thuis ook niet plast daar waar U toevallig staat, verkiezen we ook ondergronds een strategische plek: liefst voorzien van stromend water, dan spoelt alles gauw weg. Ideaal is een rivier (op voorwaarde dat het water van deze rivier niet als bron dient voor drinkwatervoorziening!), maar zelfs een beetje druppelend water kan op enkele dagen tijd de sporen van Uw "Iozing" volledig wegwassen. Hoe dan ook (er zijn nu eenmaal heel droge grotten): kies altijd een plaats die opzij van de normale passage ligt. Een putje graven is trouwens ook géén werk.  In fossiele grotten is een lege plastiek fles, liefst met wijde opening (voor de dames dan toch) zeer praktisch.   

Bezoedel echter nooit stilstaand water (bv. in een gour). Behalve de nadelige invloed op het biologische leven, kan dit een waterbevoorradingsplaats zijn die door andere speleo’s wordt gebruikt. (Echt gebeurd: na het zetten van een lekker kopje thee, tijdens een ondergronds bivak in Gouffre Berger, bemerkten we (te laat) dat in de gour waaruit we het water hadden geschept een fikse drol lag. Smakelijk!)   

7. VERSTORING VAN DE DIEREN
Veel dieren zien we ondergronds niet, de meeste zijn te klein en goed verstopt. Als we er al zien, dan zijn het bijna steeds vleermuizen. Hiervoor geldt: afblijven, geen direct licht op schijnen, geen lawaai maken.  Sommige soorten zijn heel gevoelig voor bv. geringe temperatuurstijgingen, veroorzaakt door Uw lichaamswarmte. ALLE soorten zijn bijzonder kwetsbaar tijdens hun winterslaap. Wakker worden betekent soms voor het diertje: sterven!   

8. CARBUURVERLICHTING
Carbuurverlichting heeft verschillende nadelige gevolgen. In de eerste plaats is er de roetafzetting van de walmende vlam, Deze valt direct op wanneer men met de vlam te dicht bij het plafond komt (zwarte vlekken).  Het grootste deel van onze grotten is hierdoor compleet ontsierd geraakt. Waarbij we ons de vraag kunne stellen hoe de speleowereld zou reageren indien iemand met een pot rode of groene verf en een borstel, de plafonds van een grot begon vol te kladderen met dergelijke vlekken en stippen. 
Antwoord: men zou furieus reageren, het zou niet worden aanvaard!  Echter, hier wordt door carbuurminnende speleo’s de hypocrisie ten top gedreven; want blijkbaar worden zwarte vlekken wel geaccepteerd!  (Foto hierboven: carbuurvlekken op het plafond van een galerij)

Behalve de roetvlekken, zijn het vooral de roetuitwasemingen die evengoed hun vervuilend werk voltrekken, soms zelfs in andere gedeelten van de grot. Eén carbuurvulling, die pakweg 6 uren licht geeft, produceert een zeer grote hoeveelheid fijne roetdeeltjes. Deze worden door de luchtstromingen in de grot meegevoerd en deponeren zich vervolgens op vrijwel elk horizontaal deel van de grot. Vooral in de frequent bezocht "klassiekers" in België is vaak elke vierkante centimeter zwart (bv. de Nr. Two in de Bernard, of de Réseau Noir in de Weron). Het spreekt voor zich dat in geconcretioneerde grotten het gebruik van carbuurverlichting op lange termijn dodelijk is voor de grot en dus gewoon moet worden vermeden.

(Foto:  zwart roet druipt als een smurrie omlaag. Deze grot (Aven des Pèbres, Gard, F.)is nochtans zeer ruim doch wordt misbruikt door plaatselijke vakantiekolonies en campings die "speleosafari's" aanbieden. Daarvoor gebruikt men vooral carbuurverlichting!  Het fijne roet heeft zich tot 10 meter hoog op de druipsteencoulées afgezet...)

Een tweede aspect zijn de stinkende verbrandingsgassen. Meestal ruikt men het nog uren nadien, dat er een groep `carbuurspeleo's" de grot heeft bezocht. Zeker niet gezond of aangenaam voor de andere bezoekers in de grot, of het nu speleo's of dieren zijn.

Ten derde de vervuiling met carbuurafval. De witte kalkhopen zijn niet alleen esthetisch bijzonder storend, maar ze zijn ook zo goed als onverwijderbaar (hard en vastgekoekt). Tevens zijn ze giftig, want ze bevatten vaak niet uitgewerkt carbuur.

Dit soort vervuiling is zonder veel moeite volledig te vermijden. Heel simpel: door het verbruikt carbuur mee terug te nemen. Hiervoor moet men zich wel voorzien van een extra lege "banaan" (dit is een stuk autobinnenband). Deze moet dus standaarduitrusting zijn! Steek er steeds een stuk opgevouwen plastiek in (40x4O cm), zodat we hierop de pot kunnen uitschudden zonder de grond te vervuilen. Sommige potten (Petzl Ariane) zijn bijna niet zonder morsen te hervullen.   

(Foto: witte carvbuurhopen ontsieren menige grot.)

De enige goede manier om alle bovenstaande problemen vermijden is natuurlijk: elektrische verlichting gebruiken. Zeker in België is dit absoluut te prefereren, gezien de modderige grotten die niet echt "compatibel" zijn met de gevoelige carbuursystemen. De laatste jaren zijn er verschillende (vooral Engelse) goede elektrische verlichtingen op de markt, en wordt er trouwens hoe langer hoe meer gebruik van gemaakt. De autonomie van hun oplaadbare batterij is meestal 10 uur met halogeenlicht, lang genoeg voor 98 % van onze grotten.  Gebruikt men een moderne “witte LED-verlichting”, dan heeft men zeker het dubbele aan autonomie en daarenboven het voordeel van een gespreide, zacht licht dat minder vermoeiend is voor de ogen.

Vreemd genoeg blijft het bekritiseren van carbuurverlichting bij ons een groot taboe. Nochtans is elektrische verlichting in sommige landen (bv. Engeland) de normaalste zaak ter wereld, en beleven de speleo's er evenveel plezier aan hun sport als wij, met dit verschil dat de grotten er veel zuiverder zijn.

Indien U onze Belgische grotten wil zuiver houden: koop een elektrische verlichting! Gebruik Uw carbuur enkel in de grote en niet-geconcretioneerde (buitenlandse) grotten, waar U de voordelen ervan ten volle kunt benutten (warmtebron, grote autonomie, mooi licht). Toegegeven, er twee verlichtingssystemen op nahouden kost geld, maar de bescherming van onze grotten is belangrijk.

 

DE INVLOED VAN SPELEOLOGEN OP DE OMGEVING VAN, EN DE TOEGANG TOT DE GROT

Ons gedrag buiten de grot is in grote mate bepalend voor een blijvende toegankelijkheid van de grot.

Stel U dit eens voor:
op een onzalig vroeg uur, zondagsmorgens (of midden in de nacht: gebeurt ook) parkeren een paar auto's zich al dan niet reglementair voor Uw deur. De inzittenden beginnen luid pratend een lawaaierig ritueel waarbij menige musketon op de straatstenen rinkelt. Nadat ze tegen Uw haag hebben geplast, staan ze nog even in hun blote kont te draaien, trekken hun uitrusting aan en begeven zich uiteindelijk naar de grot, waarbij ze een binnenweg nemen dwars door Uw tuin. 6 uur later zijn ze er terug, en voltrekt het hele ritueel zich opnieuw in omgekeerde volgorde. Nadat ze uiteindelijk vertrokken zijn, kan U de lege bierflesjes gaan oprapen.

Stelt U zich dit gewoon eens voor, in Uw eigen straat, voor Uw eigen deur! U tolereert dit waarschijnlijk één keer, maar zeker niet meerdere keren per week. Nochtans doet de beschreven situatie zich eik weekend wel ergens voor. Wij speleo's zijn dan soms stomverbaasd indien een eigenaar er plots genoeg van heeft en de toegang tot de grot verbiedt.   

(Foto hiernaast: speleologen midden in een dorp zijn in de Ardennen een deel van het straatbeeld; maar daarom niet altijd even welkom.)

Nochtans is het ook hier weer een kwestie van gezond verstand en discipline.

  • Vermijdt ergernis en hou steeds afstand tot huizen.

  • Parkeer U nooit pal voor iemands deur, maar ga 100 m verder staan. Parkeer reglementair. Een wandeling naar de grot is trouwens gezond. Probeer evenmin om persé met de auto tot aan de grot te rijden.

  • Wees discreet. Geen lawaai, kleedt je uit het zicht om...

  • Wees steeds beleefd. Ga nooit een confrontatie aan met  bewoners, boeren of jagers, ook al hebt U misschien gelijk. De speleologie in de ruimste zin van het woord is er de dupe van!

  • Twijfelt U aan de toegankelijkheid van de grot, vraag het aan een buurtbewoner of aan de eigenaar. De ervaring heeft geleerd dat dit meestal zeer geapprecieerd wordt en vaak een positief antwoord tot gevolg heeft. Illegale bezoeken daarentegen, wanneer ze worden opgemerkt, hebben een zeer slechte invloed op latere toestemmingen.

  • Begeef U naar de grot langs de normale wegen. Doorkruis geen akkers of tuinen zonder toestemming.

  • Hou het proper! Geen blikjes, afval, gebruikt carbuur enz. nabij de  grot of op de parking achterlaten.

 

BESLUIT

 België is een land met heel weinig grotten voor heel veel speleologen. Het is ook een dicht bewoond land, waar de grotten soms midden in de dorpen liggen. Het is jammer genoeg ook een land waarin op vlak van grotbescherming de speleologen een grote achterstand hebben, vooral door gebrek aan opleiding of opvoeding. In sommige andere landen gaat men veel verder, en mag je bv. nog geen spit kloppen waar je wil, is carbuur strikt verboden, is het verplicht om zelfs je urine mee terug naar buiten te nemen, of zijn gewoon alle grotten gesloten er slechts "gegidst" te bezoeken. Zo ver is het hier nog niet en mits iedereen zich behoorlijk gedraagt zijn zulke draconische maatregelen ook niet nodig.

Een aspect dat hierboven nog niet werd aangehaald is he feit dat alle problemen recht evenredig zijn met het aantal bezoekers. Vermijdt dus zoveel mogelijk om met grote groepen te gaan grotten. De tocht zal er trouwens veel vlotter door verlopen.

Nog een prettige grottocht!

Paul De Bie, 1996

 
Contacteer/contact us:  SC Avalon vzw
Privacy beleid: Wij maken gebruik van externe advertentiebedrijven om advertenties weer te geven wanneer u onze website bezoekt. Deze bedrijven gebruiken mogelijk informatie (niet uw naam, adres, e-mailadres of telefoonnummer) over uw bezoek aan deze of aan andere websites om advertenties weer te geven over goederen en services waarin u wellicht geïnteresseerd bent. Als u hierover meer informatie wenst of als u wilt voorkomen dat deze bedrijven deze informatie gebruiken, klikt u op deze link: http://www.google.nl/privacy_ads.html