Home De Avalon Pagina's Grotten in Belgie The Avalon Pages Caving in Belgium

Custom Search
 


Ecological Chemistry:


Caving & Climbing gear:

Outdoor and Innovation

Gemeente Edegem:

 
SDWorx:


Omhoog/Up

Hotnews Welkom bij Avalon! Wat doen wij? Jaaroverzichten Jaar tot Jaar Straffe verhalen Europese grotten Onze ontdekkingen Grotbescherming Techniek Software Memoires holenmens Explo's Anialarra Fotogalerijen Artikels & Docs De Avalon Flash Video Zone

BU56 - Puertas de Illamina (-1408 m.)
Het Avalon-project



Back Omhoog/Up Next

Indien de magische letters "BU56" je geen kippenvel doen krijgen, dan ben ofwel geen speleoloog ofwel een speleologische cultuurbarbaar.

De BU56, gelegen in de Spaanse Pyreneeën en intussen reeds 24 jaar geleden ontdekt, is een welhaast mythische grot. Ooit was ze de diepste grot van onze planeet (-1408m), en nu nog steeds blijft ze ontzagwekkend.

Wat maakt die BU56 zo speciaal?

Grotten van meer dan duizend meter diep zijn dezer dagen geen uitzondering meer; er zijn er meer dan vijftig! Echter, dit zijn dan meestal verticale grotten waarin je praktisch van begin tot einde aan een touw bengelt. Ondergrondse progressie wordt hier herleid tot een technische bezigheid, en vooral het weer uitklimmen van zo een grot is vaak een monotoon en afstompend iets.

Maar grotten waarin je zulke grote dieptes slechts bereikt, na het afleggen van een vele kilometers lang parcours, en waarbij je menige hindernis moet overwinnen (watervallen, puinbergen, putten) zijn echter spaarzaam gezaaid. En las hierbij nog een decor in van woeste ondergrondse rivieren, feeërieke druipsteenwerelden en immense ondergrondse zalen, dan is het al helemaal te mooi natuurlijk.

Gouffre Berger (-1271), Réseau Jean-Bernard (-1602), Systema Badalona (-1050), Réseau de la Pierre-St-Martin (-1342) zijn zo een paar van die klinkende namen, zo van die "complete grotten" waarvan je er één, liefst meer wil gedaan hebben.

 

Maar dan is ook nog ... de BU56.

De BU56 onderscheidt zich van de rest.

Richard Maire, één van de originele explorators, bij de ingang (Foto: Paul De Bie, 2003)Er is maar één enkele ingang. Je gaat er binnen, en je moet er ook weer langs buiten. Valsspelen kan dus niet. En het diepste punt ligt daar verschrikkelijk ver vandaan: een trip van bijna 10 kilometer ondergronds! Enkel, wel te verstaan.

En die ingang, dat betekent 400 m putten, maar met enkele zeer smalle en lange klote-meanders waarin je uren kan verdoen. Die ingang, overigens, ligt op 2000m hoogte en bereik je pas na een naderingsmars van minstens 3 à 3,5 uren en een 900 m hoogteverschil.

Eens die putten af, kom je in een ondergrondse rivier terecht, van buitengewone afmetingen en debiet. En hoe verder je gaat, hoe woester en angstaanjagender die rivier wordt. In de Canyon Bellagua op -1200m, traverseer je 20 meter hoog boven de donderende rivier... dit over maar liefst 200 meter afstand, over richels en overhangende balkons. Rond -1250m stort die beek, met een debiet van meer dan 1m³/sec zich in grote, oorverdovende watervallen omlaag. "Emotion garantie", schreef de ontdekker van de grot erover.

Het traject zelf in de grot is evenmin een zondagswandeling. De rivier wisselt af met chaotische galerijen waarin je puinberg na puinberg beklimt en afdaalt. In de Salle Roncal op -800m, beklim je zo een puinberg over 80m hoogte, om hem aan de andere kant af te dalen over 110m. Indien men al deze klimpartijen meetelt, dan is de BU56 een ruime -1600, en geen -1400!

Waar men bv. een Gouffre Berger zonder probleem heen en weer in 20 uur kan doen tot aan de sifon, dan is dat in de BU56 gewoon onmogelijk. Ofwel opteert men daar voor een marathontocht van minimaal 35 uur, ofwel voor een meerdaagse tocht met één of meer overnachtingen. Deze laatste oplossing wordt het meest toegepast.

Kort samengevat: de BU56 doen is geen onderneming die men lichtvaardig kan aanvatten.

Tot slot: de grot ligt in het beroemde massief van de Pierre-St-Martin, en sleept aldus een bibliotheek aan speleohistoriek met zich mee. Het spreekt vanzelf dat vooral speleologen die hun hart al hebben verpand aan dat massief, de BU56 niet links kunnen laten liggen. En bij Avalon zitten er toevallig een aantal!

 

Wat geschiedenis

Het is Jean-François Pernette die samen met I. Ortilles de ingang ontdekt in 1979 en tot op een diepte van -92 m geraakt.

De twee daarop volgende jaren, volgen twee expedities waarin vele "groten" van de Franse speleologie deelnemen: J-F Pernette, Richard Maire, Serge Fulcrand, Gerard Bouteiller, Georges Marbach, om er maar enkele te noemen. Tijdens deze expeditie worden alle verwachtingen overtroffen. De BU56 wordt met -1338m de diepste grot ter wereld, na het duiken van 3 sifons door Fred Vergier.

In 1986 en 1987 volbrengt een Bulgaarse expeditie er een exploot: zij duikt nog drie sifons en brengt de diepte van de grot op -1408m.

 

Beschrijving

Doorsnede van de putten (extract uit "Spéléo Sportive à la PSM" door Doaut, Pernette, Puisais - Edisud 1985)De serie ingangsputten is in totaal 390 m diep en telt twee zware obstakels: de "Méandre N" op -80m (extreem smal en 60 m lang; sherpazakken passeren er niet al te vlot naar verluid) en de "Méandre Oprimido" op -387m die meer dan 300 m lang is. De meander komt op -452m uit in een ébouleuze galerij.

Deze vergroot stelselmatig en gauw loopt men in een actieve rivier die via mooie stroomversnellingen over de "primaire sokkel" van harde schist stroomt. Diverse sifons moeten worden omzeild langs laterale maar soms lastige gangetjes.

Sommige watervallen vereisen een touw (R4, P10, MC10) en zo komt men op -575m in een eerste (kleine) zaal. Daar daalt men een P19 af (in feite tussen twee enorme blokken!) en volgt men de rivier die steeds steiler op de primaire sokkel omlaag dondert. Onderweg dienen enkele delicate passages geëquipeerd te worden.

Rond -700 vermindert de helling en verschijnt aan de linkerkant een grote zijrivier (in feite de hoofdrivier!) komende van de Sima de la Hoya del Portillo. Verderop stroomt de rivier, intussen fors vergroot, zachtjes in een canyon van 8 m. breed. Een meer van enkele tientallen meters lang kan via versmallingen (yaghh!) omzeild worden. De rivier verdwijnt in de blokken die we beklimmen tot we bovenaan in een lage doorgang komen met zeer felle tocht. Na deze sleutelpassage volgt de beklimming van een onwaarschijnlijk hoge puinberg (80 m hoog): het is de "cone d’éboulis" van de salle Roncal, een zaal van 500m lang.

Bovenop de puinberg... moet men afdalen, ditmaal meer dan 110 m dieper tot waar men aan een balkon komt dat de Canyon Roncal domineert. Twintig meter lager dondert de rivier.

Waterval in de BU56 (foto JF Pernette, Rivières sous la Pierre, Nathan 1983)We zitten nu op -815m; en dit is de gebruikelijke bivakplaats. Vanaf hier begint het echte spektakel!

Een afdaling van 25 m. laat toe om in de Canyon Roncal voet te zetten. Over 250 m. is de progressie zeer spectaculair en nat: watervallen, stroomversnellingen, bassins. Dan moet men een P10 afdalen die toegang geeft tot de Salle Paquiza. Deze is zeer geconcretioneerd; vanaf nu rivaliseert de BU56 qua schoonheid met bv. Gouffre Berger.

We volgen 400 m. in een lage galerij, onder de blokken. dan wordt het zeer groot: 40 x 30m tot plots, op -1000m, de enige passage laag en klein is: de "étroiture -1000" die bij een stijging van het waterniveau meters diep kan sifonneren!

Hierna komt men in de Galerie de Bellagua, prachtig geconcretioneerd met grote gours. Een grote zijrivier (Affluent de Linza) verdubbelt nogmaals het debiet. De rivier stroomt in een regelmatige tunnel, en verdwijnt dan in Salle Linza (80x80m). Na een sleutelpassage volgt salle Maz (120x50m). Na deze grote zalen, stort de rivier zich furieus in de Canyon Bellagua. Hierin valt niet te vorderen, men dient een twintig meter hoog balkon te volgen waar maar liefst 250 m looplijn toelaat om van stalagmiet tot stalagmiet te "gaan". Via een afdaling van 17 m. geraakt men finaal beneden. De galerij wordt weer zeer ruim (30x30m) en zo komt men finaal op de diepte van -1250m.

Daar stort de rivier zich met oorverdovend geweld in twee watervallen omlaag: 18 en 16 m. Op de terugweg kan men deze omzeilen van een bovenliggende galerij.

Na de watervallen volgt men een sterk hellende galerij (Lapazarra) die naar de sifon leidt op -1325 m. Voor de niet-duikers is het hier gedaan en rest er enkel de 10 km lange en 1325 m hoge terugtocht aan te vatten!

Schema van de grot (extract uit "à la Découverte des Gouffres de la PSM, JF Pernette, SNMJ Pau 1982)

 

Het Project BU56 van SC Avalon

Nadat Avalon  diverse flinke grottochten op het massief van de Pierre-St-Martin einde jaren ‘80, begin jaren ‘90 maakte (Pierre-St-Martin, Couey Lotge, Lonné Peyret) was de BU56 een logische stap.

En inderdaad, een jaar of tien geleden speelden Annette en ik met het idee om de BU56 te gaan doen. Echter, de diepte en moeilijkheidsgraad van de grot schrikten ons toch wel af en het project verdween in de ijskast.

In 1997 kwam dan opnieuw de verbroedering met het PSM-massief, in de vorm van de Anialarra-expedities. Jaar na jaar doorkruisten we de lapiaz en de woeste galerijen van het Anialarra-systeem (-648m).

Intussen waren we "oude zakken" geworden, veertigers, maar tot onze verbazing bleken die chaotische PSM-grotten toch nog best haalbaar te zijn. En we realiseerden ons tevens dat, als we die BU56 nog ooit wilden doen, dat we daar toch best NU werk van zouden maken...

Op weg naar de BU56 (Foto Paul De Bie 2003)Vandaar dat ik in 2002 het voorstel op de proppen bracht op een Avalon-vergadering. En zoals verwacht, waren enkele andere PSM-fanaten direct akkoord: Mark Michiels, Rudi Bollaert en Mario Lebbe zouden ons vergezellen in onze strijd.

Evenwel, meenden we dat het nuttig zou zijn iemand bij te hebben die de grot al eens gedaan had. Zoiets is een niet te onderschatten voordeel. maar we wilden daar geen open-deur rond houden, het moest iemand zijn die we goed kenden. Twee namen vielen: Tjerk Dalhuisen, Nederlander die reeds aan menige Anialarra-expé had deelgenomen en de BU56 drie jaar geleden had gedaan. Ofwel Koen Mandonx, ons welbekend want diverse jaren Avalon-lid geweest. Hij had ooit (wel 15 jaar geleden) de BU gedaan, tot +/- -1000m. Hij had dus een eitje te pellen met die grot!

Enfin, de administratieve kant van de zaak was geen enkel probleem. Onze vrienden bij ARSIP zorgden dat de toestemming van de Spaanse autoriteiten snel in orde kwam (de grot ligt in een natuurreservaat, waarin speleologie niet zomaar mag beoefend worden).

De periode werd vastgelegd: september 2003. Waarom september? Omdat dit de droogste maand is (de BU56 is bijzonder gevaarlijk bij crue) en omdat we in augustus al met de Anialarra-expeditie zaten, die we niet wilden in het gedrang brengen.

De strategie werd uitgedokterd: na de onvermijdelijke portages en het equipement van de 400 m putten (twee à drie dagen), zou een driedaagse ondergrondse trip volgen.

Dag 1: tot -800 (bivak in Salle Roncal)

Dag 2: van -800 naar de fond (de sifon ligt op -1325m) en terug bivak in salle Roncal

Dag 3: naar buiten

Vervolgens desequiperen en de-portage (twee à drie dagen)

Een haalbare kaart, op voorwaarde dat het geen enkele dag slecht weer is... we hebben immers maar één week!!

 

Het ondergronds bivak

Prototype van "de" tent (foto: Paul De Bie 2003)Uiteraard betekende dit plan nogal wat extra materiaal, vooral dan voor wat betreft het ondergronds bivak. Over het hoe en wat hiervan is al heel wat nagedacht. Hoe slapen? Verwarmde hangmat, tent, bivakzak? Na veel wikken en (letterlijk) wegen werd geopteerd voor twee superlichte 3 persoonstentjes, door Annette zelf gemaakt. Zo’n tentje weegt slechts 1300 gram all-in en kan in drie stukken vervoerd worden (zeil, grondzeil, stokken). De tent werd getest in het systeem van Anialarra en bezorgde er drie personen een aangename nachtrust. Het voordeel van een tent is dat men a) uit de tocht ligt en b) met een kaarsje de temperatuur al gauw tot boven de tien graden kan krijgen... grote luxe in een grot (zoals de BU56) waar het anders rond de 4 graden is. Bijkomende verrassing was dat de tent totaal condensatievrij bleek te zijn.

Enfin, er hoeft geen tekening bij dat zo een driedaagse tocht voor elke deelnemer een flinke sjouwpartij betekent: slaapmat, ponto, slaapzak, wat droge kleding, eten voor drie dagen en uiteraard elk een deel van de collectieve uitrusting: touwen, equipeermateriaal, kookgerief, tent, carbuur enz. Dat wordt grotten met sherpazakken dus....en nog zware ook.

 

Besluit

Intussen komt de hele onderneming angstwekkend dichterbij. Op het einde van de Anialarra-expé 2003 gingen we al eens tot aan de ingang. Dit via een alternatieve weg (vanaf de refuge van Bellagua i.p.v. de refuge van Linza) en onder vakkundige leiding van twee PSM-legendes Michel Douat en Richard Maire. We doorkruisten urenlang het meest indrukwekkende landschap dat men zich kan voorstellen, om finaal aan de ingang te komen waarop nog steeds de letters "BU56" vaag leesbaar zijn, die J-F Pernette er in 1979 opschilderde.

Uiteraard gingen we daar niet alleen naar toe voor het mooie decor, we sjouwden ook nog 450 m touw, een boel kitzakken, twee tenten en equipeermateriaal mee die daar werden gelegd in afwachting van onze BU56 expeditie, half september 2003.

Of ons project; de BU56 doen in één week, lukt of niet, kun je binnen een maand of zo op deze pagina’s wel lezen. We gaan d’er alleszins een lap op geven. Hopelijk zijn de weergoden ons gunstig gestemd.

Paul De Bie, augustus 2003

Back Omhoog/Up Next

 

 
Contacteer/contact us:  SC Avalon vzw
Privacy beleid: Wij maken gebruik van externe advertentiebedrijven om advertenties weer te geven wanneer u onze website bezoekt. Deze bedrijven gebruiken mogelijk informatie (niet uw naam, adres, e-mailadres of telefoonnummer) over uw bezoek aan deze of aan andere websites om advertenties weer te geven over goederen en services waarin u wellicht geïnteresseerd bent. Als u hierover meer informatie wenst of als u wilt voorkomen dat deze bedrijven deze informatie gebruiken, klikt u op deze link: http://www.google.nl/privacy_ads.html